
Lapjesspektakel
voor een
thuisevent
de
Volkskrant,
De
Verleiding,
2 september
2006 (pagina
V12)
Nicoline
Baartman
Zo allemachtig populair als in de jaren zeventig zal het niet meer worden, maar toch: de naaimachine mag weer op tafel. ‘Ik vind het juist leuk om er zelf een draai aan te geven met een splitje of knoopje.’ Door Nicoline Baartman
Op de markt van Capelle aan den IJssel, waar Els van Dongen woont, koopt ze steevast bij een en dezelfde stoffenkraam. Maar hier, op de lapjesmarkt in Utrecht, komt ze net zo graag. Van Dongen (52) – gekleed in een bruine broek en een bont, groen T-shirt (zelfgemaakt) – is ‘genetisch besmet’, zoals ze zelf zegt; van oudsher komen in haar familie zowel aan vaders als aan moeders kant ‘maaksters’ voor.
Met ogen en handen tegelijk scant ze de kramen met luxe stoffen, op zoek naar iets dat geschikt is voor een feestelijke outfit. En een getailleerde colbert, dat wil ze ook nog maken dit najaar. Els van Dongen is actief in de plaatselijke politiek van Capelle aan den IJssel en heeft als marketingcoach een eigen bedrijf; niettemin zit ze één à twee keer per week achter de naaimachine en gaat ze ook nog naar naailes. Dat doet ze – uiteraard – voor haar plezier. Maar ook omdat haar eigen pasvorm niet overeenkomt met die van de gemiddelde confectiekleding. ‘Of het past in de taille en dan zit ik met van die lege tassen aan de zijkanten. Of het past om de heupen en dan is de taille te krap. Bovendien is het echt niet zo dat je met maat 46 vanzelf een D-cup hebt.’
De
lapjesmarkt
op
de
Breedstraat
in
Utrecht
is
een
begrip.
Behalve
koopjes
en
zomerrestanten
en
een
enkele
kraam
met
kant-en-klare
T-shirts
zijn
er
kramen
met
gordijnstoffen
en
vitrage,
met
fournituren
en
de
nieuwste
najaarsstoffen.
Zo
te
zien
zit
je
komend
seizoen
goed
met
geruit,
gekreukeld
of
ingenieus
geweven
of
gebreid
materiaal.
Maar
Patricia
Koster
(36)
uit
Culemborg
–
twee
kinderen,
net
begonnen
met
een
eigen
bedrijf
– is
daar
niet
op
uit.
Ze
wil
voeringstof
voor
bij
de
paarse
katoen
die
ze
in
Afrika
heeft
gekocht.
Daarvan
gaat
haar
naaister,
de
moeder
van
een
vriendin,
een
jurk
maken.
‘Ik
heb
wel
zelf
genaaid’,
zegt
ze.
‘Maar
ik
wil
het
mooi
hebben,
qua
snit
en
afwerking.
Daar
ben
ik
niet
goed
genoeg
in.’
Wat
ze
wel
aandurft:
rokjes
en
haarbanden.
‘Dan
ga
ik
naar
mijn
moeder
en
dan
zitten
we
met
twee
naaimachines
tegenover
elkaar.
Twee
avonden
babbelen
en
doorwerken
en
dan
is
het
af.
Heb
ik
weer
een
paar
rokjes,
basismodelletjes
van
tien
jaar
geleden,
die
door
de
jaren
heen
zijn
vervormd,
veranderd,
vergroot
en
verkleind.’
Ze
heeft
‘een
zware
hekel
aan
winkelen’,
vandaar.
En
het
is
mooi
meegenomen
dat
ze
voor
die
basisrokjes
(‘honderd
euro
heb
ik
er
niet
voor
over’)
relatief
weinig
geld
kwijt
is.
Maar
soms
permitteert
ze
zich
wel
een
mooie
wollen
lap
van
30
euro
per
meter.
‘Ik
vind
het
juist
leuk
om
er
zelf
een
draai
aan
te
geven
met
een
splitje
of
knoopje
en
niet
iets
te
kopen
waarvan
er
twintig
in
het
rek
hangen.’
Zo
wijdverbreid
en
allemachtig
populair
als
het
in
de
jaren
zeventig
was,
zal
het
niet
gauw
meer
worden.
Maar
toch:
de
naaimachine
mag
weer
op
tafel,
het
geniet
zelfs
weer
aanzien
zelf
je
eigen
wikkeljurk
of
gilet
te
maken.
Niet
alleen
is
de
belangstelling
voor
naaicursussen
en
workshops
toegenomen,
ook
in
de
naaimachinehandel
zit
schot.
Al
doet
de
branchevereniging
van
naaimachineverkopers
AVVN
daar
nog
wat
zuinigjes
over.
Secretaris
Gerard
Leenders
erkent
dat
het
gebruik
toeneemt,
maar:
‘Er
zijn
nog
zoveel
naaimachines
in
omloop.
Die
worden
eerst
uit
de
garage
of
van
zolder
gehaald
voordat
een
nieuwe
wordt
gekocht.’
Het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) wel degelijk een opwaartse trend na jaren van treurnis en stilstand: ‘Verbetering van de omzet door vernieuwde aandacht voor creatieve zelfmaakmode en voor textielgeoriënteerde hobby’s’ heet het op de website van het HBA.
Die
trend
wordt
ook
waargenomen
door
Hans
Nijtmans
van
Nijtmans
Naaimachines
in
Tiel,
met
vier
vestigingen
(in
Tiel,
Veenendaal,
Druten
en
Oss),
die
dezer
dagen
blijmoedig
en
opgewekt
het
50-jarige
jubileum
viert.
‘We
hebben
wel
moeten
omschakelen
naar
een
heel
andere
manier
van
werken’,
zegt
hij.
De
belangrijkste
oorzaken
van
de
malaise
in
de
zelfmaakmodebranche,
die
sinds
de
jaren
tachtig
dramatische
vormen
aannam:
een
stijgende
welvaart,
de
alomtegenwoordige,
goedkope
confectie
uit
lageloonlanden
en
gebrek
aan
kennis
en
vaardigheden.
Want
wie
leert,
zoals
Els
van
Dongen
in
haar
jonge
jaren,
nog
vanzelfsprekend
op
school
de
fijne
kneepjes
van
het
handwerkvak?
Volgens
Hans
Nijtmans
van
Nijtmans
Naaimachines
zijn
de
nieuw
intredende
naaisters
vooral
dertigers
met
kleine
kinderen.
‘Want
in
kinderkleding
kun
je
nog
wel
besparen.
De
aanschaf
van
stoffen
is
in
verhouding
goedkoop,
omdat
je
maar
weinig
nodig
hebt.
En
het
is
qua
pasvorm
makkelijk
om
te
maken.
‘Als
dat
dan
inspireert
en
voldoening
geeft,
zoals
het
zelf
betegelen
van
de
badkamer
een
trots
gevoel
kan
geven,
dan
is
de
eerste
stap
gezet
naar
een
serieuze
hobby,
met
betere
materialen
en
ingewikkelde
patronen.’
Waar
zijn
vader
in
de
vakanties
de
ene
na
de
andere
school
afging
voor
machineonderhoud
(‘stonden
er
20,
30
machines
in
een
lokaal’),
of
een
bestelling
moest
afleveren
bij
een
trouwerij,
daar
heeft
hij
‘een
dame’
in
dienst
die
is
belast
met
het
workshopaanbod
–
voor
zover
de
relaties
van
Pfaff, Husqvarna
of
Bernina
al
niet
met
bruikbare
ideeën
komen.
Nijtmans
Jr.
moet
met
andere
woorden
niet
alleen
actief
in
de
weer
zijn
met
klantenbinding,
de
bottom
line
is:
‘De
naaimachine
is
van
een
gebruiksartikel
uitgegroeid
tot
een
hobbyapparaat.’
Dus
is
de
moderne
naaimachinewinkel
tevens
creatief
hobbycentrum,
en
kan
de
huidige
verkoper
niet
volstaan
met
technische
vakkennis.
Die
weet
bijvoorbeeld
dat
er
in
het
septembernummer
van
Glamour
een
patroon
voor
een
feestjurk
van
de
Nederlandse
ontwerper
Percy
Irausquin
zit.
En
die
heeft
een
duidelijk
beeld
van
zijn
(mogelijke)
klanten.
Nijtmans:
‘Die
wil
eventjes
tussen
de
atletiekclub
en
de
schoonheidsspecialiste
door
achter
de
naaimachine
zitten.
Dat
betekent
dat
ze
op
het
einde
van
de
avond
een
kledingstuk
half
af
wil
hebben.’
Gebruiksgemak, dat is wat de nieuwe generatie naaisters wil. En dan is het aan Nijtmans om aan te tonen dat het ‘op een makkelijke manier’ ook kan, met de juiste (liefst elektronische), wat duurdere machine, met draadinsteker en een voorkeuzeprogramma.
Nijtmans
gaat
als
het
ware
‘naar
de
mensen
toe’.
Gevolg:
zijn
cursussen
stromen
vanzelf
vol:
een
lingeriemiddag
voor
een
vriendinnenclub,
het
verfraaien
van
je
eigen
spijkerbroek
tot
‘designerjeans’,
maar
ook
technisch
inhoudelijke
workshops
over
naaimachineaccessoires.
Zoals
de
het
workshopwezen
niet
alleen
de
hoogste
leerdoelen
nastreeft
maar
ook
de
gezelligheid,
zo
kent
de
stoffenhandel
nu
een
heus
publieksevenement.
Vorig
jaar
nam
Julian
Timmerman
(34)
met
zijn
zwager
Marco
Spoelder
het
initiatief
tot
het
Stoffenspektakel,
een
grootscheepse,
‘volledig
gethematiseerde’
markt
op
verschillende
locaties
in
Nederland
–
‘zoals
de
lapjesmarkt
in
Utrecht,
maar
dan
in
het
groot’.
Timmerman
constateerde
dat
de
stoffenhandel
zich
van
de
gespecialiseerde
winkel
had
verplaatst
naar
de
weekmarkt.
‘De
markt
is
steeds
minder
in
trek.
Tweeverdieners
hebben
bijvoorbeeld
geen
tijd
om
naar
de
markt
te
gaan.
Bovendien
is
de
keuze
er
beperkt.’
Zo
ontstond
het
idee
voor
‘een
hobbybeurs
voor
de
zelfmaakmode’,
twee
keer
per
jaar,
in
het
voorjaar
en
het
najaar,
met
een
reusachtig
uitgebreid
assortiment
aan
stoffen,
naaimachines,
fournituren,
tot
Swarovski-kristallen
aan
toe
(‘kleding
customizen
is
erg
in’).
In
februari
2005
vond
op
elf
verschillende
locaties
het
eerste
Stoffenspektakel
plaats,
in
samenwerking
met
Knipmode
en
Bernina.
Intussen
zijn
er
zestien
locaties
in
Nederland
en
vier
in
België;
gemiddelde
bezoekersaantal
per
keer:
4000.
De
RAI
in
Amsterdam
en
Ahoy’
in
Rotterdam
gaan
nu
voor
het
eerst
meedoen,
en
de
markt
gaat
zelfs
de
grens
over
naar
Duitsland.
Timmerman:
‘Het
is
ingeslagen
als
een
bom.
Ik
heb
er
geen
onderzoek
naar
gedaan,
maar
ik
schat
dat
we
30 à
40
procent
van
de
stoffenverkoop
in
Nederland
dekken.
De
zelfmaakmodemaakster
maakt
er
een
gezellig
dagje
uit
van
en
koopt
dan
rustig
in
een
keer
80 procent
van
de
materialen
die
ze
nodig
heeft
voor
een
seizoen.’
Ook
Timmerman
benadrukt
dat
de
vakman
die
vooruit
wil,
de
boer
op
moet,
zeker
als
hij
jongeren
wil
aanspreken.
‘We
hebben
bijvoorbeeld
drie
middelbare
scholen
benaderd,
of
er
in
de
leeftijdsgroep
van
14
tot
16
jaar
belangstelling
was
om
in
een
uurtje
een
strokenrok
te
leren
maken.
Die
was
er,
maar
uit
zichzelf
gaan
die
meisjes
dat
niet
doen.’
Hang naar ambachtelijkheid is één aspect van de huidige groei. Behoefte aan exclusiviteit en zelfontplooiing kan er meteen achteraan worden genoemd. Want wie wil nou niet voor een grijpstuiver (relatief) in een pak van Donna Karan lopen, dankzij Vogue Patterns (voor 15 dollar via internet), maar dan wel zo gemaakt dat het ook nog je eigen, hoogstpersoonlijke stempel draagt?
Maar ook de invoering van de euro (‘kleding leek ineens heel duur’) en aanhoudende maatschappelijke en economische onzekerheid hebben ertoe bijgedragen, volgens Nijtmans. Zeker is dat nu de economie weer aantrekt vooral de hogere welstandsklasse meer interesse aan de dag legt, meent Timmerman.
Op
de
lapjesmarkt
in
Utrecht
valt
nog
een
andere
groepering
op.
Een
paar
meter
achter
een
moeder
met
twee
tienerdochters
–
alle
drie
in
lange
rokken
met
zedige
blouses,
het
lange
(grijze)
haar
in
een
eenvoudige
staart,
kortom:
every
inch
gereformeerd
–
komt
kordaat
een
vrouw
in
klederdracht
de
hoek
om
zetten,
twee
witte
plastic
tasjes
met
stoffen
in
de
hand.
Het
is
een
beeld
dat
Julian
Timmerman
van
het
Stoffenspektakel
onmiddellijk
herkent.
‘Dat
is
een
heel
belangrijke
groep
voor
ons.
Rond
de
helft
van
de
vrouwen
van
reformatorische
of
streng
gereformeerde
huize
naaien
zelf
nog,
uit
economische
of
calvinistische
overwegingen.
Daar
houden
we
bij
de
planning
zelfs
rekening
mee:
op
zondag
hoef
je
in
Tiel
of
Barneveld
of
Zwolle
geen
Stoffenspektakel
te
organiseren.
Die
fout
hebben
we
in
het
begin
gemaakt,
maar
toen
kwam
er
beduidend
minder
publiek.’
Ook
veel
allochtonen
zijn
regelmatige
stoffenkopers.
Zoals
de
Utrechtse
zusjes
Amal
(34)
en
Kaouthar
(23),
die
net
terug
zijn
van
vakantie
in
Marokko.
Eendrachtig
in
het
wit
met
groen
slenteren
ze
over
de
lapjesmarkt.
De
djellabah
van
Kaouthar
is
nieuw.
Die
heeft
een
naaister
in
Marokko
gemaakt.
Amal:
‘De
naaisters
daar
zijn
veel
goedkoper.
Dus
kopen
we
voordat
we
daar
op
vakantie
gaan
hier
op
de
markt
wat
we
het
hele
jaar
gaan
dragen.
Dunne
stoffen
voor
de
zomer,
dikke,
wollen
stoffen
voor
de
winter.
Daar
laten
we
dan
djellabahs
en
kaftans
van
maken.’
Zie
ook:
Nijtmans Naaimachines op
Tiels Stoffen Spektakel ...[klik
hier]
